Lida Kempkes-Smits
“Niet kletsen, maar je van de domme houden”…
Geschiedenis:

Lida Kempkes stond in Haaksbergen bekend om haar goede werk in de Tweede Wereldoorlog. Wie was deze opmerkelijke vrouw? Om haar niet te vergeten het volgende verhaal.
Op 3 april 1907 werd Aleida Martina Smits (Lida) geboren in Enschede, waar ze samen met haar ouders Petrus Smits en Gezina Johanna Gerard woonde aan de Brinkstraat. Vader was procuratiehouder/koopman en moeder huisvrouw.

In 1929 komt horlogemaker Bertus Kempkes aan de Eibergsestraat in Haaksbergen wonen. Hij werd geboren op 7 april 1904 in Winschoten. Zijn vader, Franz Leopold Kempkes, was horlogemaker en zijn moeder, Anna Catharina Steeman, was huisvrouw.
Bertus en Lida trouwen op 30 januari 1930 in Enschede. Ze blijven wonen aan de Eibergsestraat totdat ze in 1933 het door de weduwe M. Frankenhuis gebouwde pand (1932) aan de Blankenburgerstraat 10 kunnen huren. Ze beginnen hier een juwelierszaak en krijgen drie kinderen, Karel (1936), Lidy (1939) en Peter (1946).

Synagoge en Thorarollen in de Tweede Wereldoorlog
Bertus Kempkes had de sleutels van de Haaksbergse synagoge. Hij heeft de Thorarollen en het zilveren vaatwerk in veiligheid gebracht en bij hem in huis op zolder verstopt. De synagoge is niet door de bezetter in beslag genomen in de oorlog, want de sleutel was weg…


Verzetswerk
Lida Kempkes-Smits bleek een dappere en onverschrokken verzetsstrijder. “Niet kletsen, maar je van de domme houden”, blufte zij zich overal doorheen. Ze kende veel verzetsmensen, ook al van voor haar tijd bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Lida hielp joodse mensen met gevaar voor eigen leven aan onderduikadressen, kleding, geld en voedselbonnen en bracht zo velen in veiligheid op verschillende plekken in ons land. Bertus wist aanvankelijk niets van deze activiteiten.
De hieronder staande gebeurtenissen getuigen van haar onverschrokkenheid, doorzettingsvermogen en moed.
Hulp aan Joden
Zo had zij in haar gezin een twee maanden oude baby van joodse ouders opgenomen. De haren van dit jongetje (Sally de Vries) werden regelmatig gebleekt, zodat hij kon doorgaan voor een jonger broertje van de kinderen Kempkes. Na de oorlog ging hij terug naar zijn ouders in Neede.

De familie Kempkes woonde tegenover de joodse slager Salomon Frankenhuis en zijn gezin. De ouders Kempkes waarschuwden Salomon keer op keer om niet naar een werkkamp te gaan, maar onder te duiken met zijn gezin. Ook had Frankenhuis vóór de oorlog al een aanbod gekregen van Heiman Frankenhuis om naar Engeland te komen. De slager kon of wilde dit toen niet. Echter in de zomer van 1942 zit Salomon in kamp Overbroek in de gemeente Echteld, later in Westerbork, denkend dat zijn gezin veilig is. Maar op vrijdagavond 2 oktober 1942 moet de rest van het gezin mee naar Enschede, inclusief hun twaalfjarige neefje Kurt Falkenstein, eerder al gevlucht uit het Duitse Stadtlohn. Lida Kempkes komt echter tussenbeide en zegt kordaat dat deze jongen niet op de lijst staat! Zij neemt Kurt direct mee naar haar huis, waar hij aanvankelijk onderduikt. Na verloop van tijd waarschuwt politieagent Lucas Lida dat Kurt is gezien door iemand. Hierop brengt Lida hem in de nacht achterop de fiets naar Damsholte bij Lemelerveld. Kurt overleeft deze onderduik en de Tweede Wereldoorlog. (voor een uitgebreid artikel over Kurt zie blz. 5682 t/m 5691 in Aold Hoksebarge door Eric Ooink).

Philip en Henriëtte de Vries uit Neede, Else Frank met haar zoon Kurt (13 jr.) en ook Max Frankenhuis (6 jr.) uit Haaksbergen worden door Lida veilig voor tweeëneenhalf jaar ondergebracht bij haar zus en zwager, Maria en Wilhelm Roeloffzen, in Apeldoorn. Hierdoor moest deze familie, zelf al bestaande uit acht monden, nog eens vijf monden extra voeden. Dankzij Lida werd echter nooit honger geleden. De Haaksbergse reisde regelmatig naar Apeldoorn om onder meer eten/bonnen, leesvoer en kleding te brengen.


Dekmantel

In Haaksbergen wordt over Lida gekletst “dat ze het met de Duitsers doet”. In het huis van Kempkes was rechts boven de winkel een kamer gevorderd voor een Duitse officier. Ze kregen hierdoor een “Bescheinigung” en zo kon de winkel open blijven. In de keuken kregen Duitse soldaten koffie van Lida. Mensen zagen haar ook buiten in het veld lachen met Duitse soldaten…
Verder was er een Oostenrijkse soldaat, gelegerd in OLS Dorp, die ook in de horlogezaak werkte als horlogemaker. Hij waarschuwde via het kerkpad achterom een paar keer voor razzia’s en heeft hiermee levens gered. In de achterkamer en boven zaten onderduikers.
Haaksbergse Ondergrondse en de centrale rol van Lida

Tot de taak van deze groep behoorde o.a. het distribueren van bonkaarten, het regelen van valse persoonsbewijzen, registratie van militaire activiteiten, hulp aan geallieerde vliegers, Joden, vluchtelingen, onderduikers, en training met wapens, zorgen voor wapenvervoer, enz.
Lida was een dominante spil in het netwerk van de Haaksbergse Ondergrondse. Ze heeft aan alles meegedaan: zoals al vermeld hielp ze joden onderduiken, was ze betrokken bij de droppings van wapens, heeft ze meegedaan aan de overval op het Huis van Bewaring in Almelo en heeft verschillende onderduikers (joden, verzetsstrijders en piloten) in huis gehad. Ze hielp met het opvangen en onderbrengen van geallieerde vliegers en het verstrekken van valse persoonsbewijzen, waarover verderop meer.

Als plaatsvervangend commandant van de Haaksbergse afdeling van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten had ze de touwtjes stevig in handen. Lida was ook in het bezit van een vals persoonsbewijs (op naam van Liesje Katharina Ubben, geboren op 10 april 1908 in Maastricht).
Wapens, munitie en schietoefeningen
De wapen- en munitievoorziening werd voornamelijk vanuit Enschede verzorgd. Ook Lida trapte vele kilometers op een oude fiets met het gevaarlijke transport hiervan. Ze gaf zelfs les aan leden van de B.S. wat betreft het hanteren van automatische wapens, de “stens’(stenguns). Zij kon een wapen sneller uit elkaar halen en weer in elkaar zetten dan wie ook! In de Twentse Kabelfabriek werden accu’s opgeladen voor de geheime zenders en in de kelder werd geoefend met stenguns, net als in de kelder van de Coöperatieve Zuivelfabriek Haaksbergen. Ze zou ook een revolver in haar tas hebben.
Lida bracht met haar man Bertus wapens en munitie weg op een boerenkar naar Enschede. Het geheel was ingepakt in een zeil en afgedekt met een flinke lading mest. Onderweg, net buiten Haaksbergen, werden ze aangehouden door twee Duitse soldaten. Die vroegen een lift richting Enschede. Tot verbazing van Bertus gaf Lida meteen toestemming. De soldaten legden zelf een zeil over de mest en reden mee tot Usselo…
Overval op het Huis van Bewaring in Almelo
Lida Kempkes regelt via tandarts de Groot een auto. Ze moet “voor een klein karwei even enkele zieken vervoeren”… Ze rijdt echter met de Haaksbergse broers Theo en Herman Wildenborg naar Almelo naar het Huis van Bewaring. De Almelose Knokploeg bevrijdt daar op 22 maart 1944 de verzetsstrijders Piet van Dijk en Fons Gerard. Piet gaat dan met de Almelose Knokploeg mee. Fons wordt door Albert Wildenborg in de melkauto van de Haaksbergse Coöperatieve Zuivelfabriek meegenomen. Neef Fons (Fonny) Gerard duikt onder bij Lida. Zij laat hem, verkleed als vrouw (een idee van Lida) met pruik, make up en dameskleding, zeven maanden bij haar wonen, in de kamer links boven de winkel. Lida regelt een vals persoonsbewijs voor hem met de naam “mejuffrouw Boot”. Iedereen noemt “haar” consequent “juffrouw Annie”. Zijn eerste test als juffrouw Annie lukt niet helemaal, omdat er nog borsthaar zichtbaar is… Later in Hengelo herkent zijn eigen moeder hem eerst niet. De Duitse officier heeft nooit geweten dat er maandenlang enkele meters van hem vandaan een verzetsstrijder verstopt zat.



Huis van bewaring Almelo Mejuffrouw Annie Boot
Redding van twee geallieerde vliegeniers
Een Lancasterbommenwerper van het 49e squadron, op de terugweg naar Engeland, wordt op 22 februari 1945 rond 21:00 uur in Duitsland neergeschoten door een Duitse nachtjager. Twee van de zeven inzittenden komen per parachute neer in de buurt van Gronau. Hank Eberly en Max Makofski zwerven dagenlang rond onder heel moeilijke omstandigheden. Ze gaan via Glanerbrug, Lonneker, vliegveld Twente en Boekelo naar Haaksbergen. Bij de boerderij van Jan Temmink (Erve Vregelman aan de Kerkweg) schuilen ze in een oud kippenhok. Zoon Gerrit haalt meester Katier uit de Rietmolen als vertaler erbij. Na contact met de ondergrondse worden de beide mannen opgehaald door de Haaksbergs commandant van de N.B.S. de heer Barmen ‘t Loo samen met Lida Kempkes. Allebei nemen ze een vliegenier op in hun huis. Later, omdat er meerdere onderduikers aanwezig zijn, worden Hank en Max naar de familie Lottering gebracht aan de Geukerdijk. Vader en BS-er Jan Lottering wordt op 1 april, tijdens de bevrijding van Haaksbergen, door een Duitse soldaat in de rug geschoten en overlijdt later aan zijn verwondingen. Op 5 april wordt Jan, na een indrukwekkende rouwdienst, met militaire eer begraven op de begraafplaats aan de Enschedesestraat. Ook Eberly en Makofski zijn hierbij aanwezig en keren daarna op 9 april via Eindhoven terug naar Engeland.

Waardering voor Lida en haar vele activiteiten in de oorlog
Voor haar betoonde moed en al haar verzetswerk weigerde Lida een kruisje. Ze kreeg een Amerikaanse- en een Britse oorkonde, als ook een van het Commando Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Vanuit Israel kreeg ze op 27 oktober 1999 postuum het hoogste eerbetoon in de vorm van de Yad Vashem-onderscheiding (medaille en oorkonde) voor haar hulp aan ondergedoken joden: ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’. Dit is een onderscheiding voor niet-Joden die tijdens de Holocaust hun leven waagden om Joden te redden. Ook Lida’s zus en zwager, Maria en Wilhelm Roeloffzen, kregen deze onderscheiding op hetzelfde moment uitgereikt in de Haaksbergse synagoge. Het initiatief voor Lida kwam van haar zoon Peter.


Britse oorkonde Yad Vashem oorkonde
Na de oorlog
In Haaksbergen verbiedt Lida meteen na de oorlog het kaalknippen van vrouwen, die met de Duitsers hebben samengewerkt. Regelmatig zei ze: “Je mag geen kwaad met kwaad vergelden!” en “Je mag de kinderen van foute ouders niet veroordelen om wat hun ouders hebben gedaan”!
Na de oorlog was ze verbitterd. “Hebben we dan niets geleerd? Is het allemaal voor niets geweest”? Lida heeft nooit iets aan haar (klein-)kinderen verteld over de oorlog. Er werd niet over gepraat. Ze vond het heel normaal wat ze had gedaan en was blij dat ze niemand had hoeven doodschieten. Ze ergerde zich aan velen die zich op de borst klopten voor hun aandeel in de ondergrondse. “Wij deden het vuile werk, maar zij die de grootste mond hadden, kwamen op de voorgrond te staan”…De oorlog heeft haar veranderd. Ze moet wel traumatische ervaringen hebben gehad, omdat ze ’s avonds voor de deur stond te kijken en alles op slot deed. Het moest altijd veilig zijn… Rond 1960 kunnen ze de winkel kopen.
Overlijden
Bertus overlijdt op 5 augustus 1968. Hij ligt begraven op het kerkhof aan de Enschedesestraat. De juwelierszaak is in 1969 gesloten.
Op 1 augustus 1984 overlijdt Lida op 77 jarige leeftijd in het ziekenhuis Stadsmaten te Enschede. Ze ligt naast haar man Bertus begraven.

Bidprentje van Lida Kempkes-Smits


Overlijdensadvertentie Lida Haar graf aan de Enschedesestraat
J.B.A.M. ter Haar, Haaksbergen
Bronnen
Peter Kempkes
Eric Ooink (HKH)
Archief familie Kempkes van de HKH (HKH 291.018)
Dorp in de mediene (Rieky Geritz-Koster en Lizelot Karseboom)
Het uur der bevrijding is thans ook voor U aangebroken (H.G.M. Schulten en Jacques Penris)
De grootste bankoverval aller tijden (Frank Krake)
Aold Hoksebarge (blz.5682 t/m 5691)
Onder de vliegroute (H.J. Brummelman)
De Illegalen (Coen Hilberink)
wo2forum.nl: voedselbonnen
Foto’s: Peter Kempkes
docu-map bij Dorp in de mediene (H. Mensink)
Archief familie Kempkes HKH 291.018 J.B.A.M. ter Haa
- Hetty van Tongeren
- Jan Lottering